‘ Het Atelier’ Delft

atelier-, expositie-, congresruimte Delft

Opdrachtgever: Art Centre Delft
Architect: Artesk van Royen Architecten, Maastricht
Ontwerp: Teske van Royen
Medewerkers: Wytske van der Veen, Ek van Roosendaal
Constructeur: CIHR Adviezen, Delft
Bouwtechnisch Advies: Frederik Schijns
Uitvoering: Jeroen van Schie
Ontwerp: 2005-2007
Uitvoering: 2007-2009
Fotografie: Anja Schlamann, Keulen

De opgave betreft de nieuwbouw van een atelier- en expositieruimte, annex conferentieruimte, als onderdeel van het Art Centre Delft.

Art Centre Delft en World Art Delft zijn ontstaan uit de wens van de opdrachtgevers internationale kunst te presenteren, educatieve projecten te ontwikkelen en in de ruimste zin creatieve processen te willen bevorderen.

Locatie
Het project is gesitueerd in een van oorsprong agrarisch gebied ten zuiden van Delft, met op zichtafstand de stedelijke agglomeraties van Rotterdam en Den Haag. Het is gelegen in de Zuidpolder van Delfgauw en wordt begrensd door de Delftse Schie en de rijksweg A13. Deze polder is onderdeel van een groene zone, waarvan, ondanks of dankzij de begrenzing door stedelijke functies, het agrarisch karakter relatief onaangetast is gebleven.

Arte Centre Delft is gehuisvest in een boerderijcomplex van begin 19e eeuw, bestaande uit meerdere gebouwen met bijhorende erven, omgeven door sloten. Het complex ligt op enige afstand van de openbare weg en is bereikbaar via een oude oprijlaan. De boerderij is getransformeerd van haar oorspronkelijke functie van woonhuis/stal naar die van woonhuis/expositieruimte. De bijgebouwen zijn vervangen door actuele architectuur.

Het Atelier ligt aan het einde van de oprijlaan, parallel aan, en ten zuidwesten van, de oorspronkelijke boerderij. Het wordt aan de noordzijde begrensd door een parkeerplaats en aan de zuidzijde door een perceelbegrenzende sloot.

Ontwerp
Het ontwerp bestaat uit drie kwadratische volumes, die in elkaars verlengde liggen, evenwijdig aan de sloot en oost west georiënteerd.

Om de volumes, die verwijzen naar het open, flexibele en bevattende principe van de ‘schuur’, te ontsluiten, is één volume verschoven ten opzichte van de andere twee.

Door deze verschuiving ontstaan er ruimtes die een overgang naar de omgeving creëren; aan de noordzijde de entree en aan de zuidzijde een balkon.

De benadering van het gebouw is niet rechtstreeks, maar via het erf en het hoofdvolume.

Om deze benadering te benadrukken, is de noordzijde, daar waar het gebouw grenst aan de openbaarheid, gesloten, zodat er geen directe relatie is met de aanrijdende bezoekers.

Het exterieur oogt, door een ostentatief gebruik van grote formaten cortenstaal,  monolitisch. Het interieur biedt een contraire ervaring: door de overvloed van licht, door vensters die doorlopen van bovenzijde wand naar het dak, wordt de gedrongen impressie van het exterieur gekanteld naar een expanderende kwaliteit van de binnenruimte.

Bekijk hier aanvullende info.